Ik ben ingenieur, afgestudeerd aan de TU Delft, en al mijn hele leven gefascineerd door technologie, data en systemen. Ik kan programmeren, ik werk graag met modellen, en ik geloof dat meten en rekenen ons helpen om de wereld beter te begrijpen. In veel van mijn projecten — zoals stikstofinfo.net en klimaatfeiten.net — probeer ik die nieuwsgierigheid om te zetten in iets tastbaars: kennis die ertoe doet. Feiten die richting geven. Analyses die helpen om beter beleid te maken of misverstanden te corrigeren. Toch heb ik de laatste jaren steeds sterker het gevoel dat we iets aan het kwijtraken zijn. Dat we, terwijl we druk bezig zijn met het bouwen van digitale werelden, langzaam de echte wereld uit het oog verliezen.
Misschien is dat de reden waarom ik nu begonnen ben met project Humainity. Het is geen technisch project, geen dataset, geen algoritme. Het is een poging om stil te staan bij wat het betekent om mens te zijn, juist in een tijd waarin kunstmatige intelligentie en digitale technologieën onze aandacht en energie opslokken. Overal om ons heen horen we dat AI slimmer, sneller en efficiënter wordt dan wij. Dat de toekomst digitaal is. Dat we straks in virtuele omgevingen leven en werken. Maar hoe indrukwekkend deze technologie ook is, ik geloof niet dat ze de kern van menselijkheid ooit zal evenaren. Er is geen machine die kan voelen hoe de zon op je gezicht brandt, hoe zout smaakt na een duik in zee, of hoe het is om iemand te troosten.
Ik ben altijd een rationeel mens geweest. Feiten en data zijn mijn natuurlijke habitat. Ik hou van grafieken, van modellen die kloppen, van code die draait. Maar in de afgelopen jaren ben ik gaan inzien dat de dingen die het leven werkelijk betekenis geven, zich niet laten vangen in spreadsheets of simulaties. De mooiste momenten in mijn leven spelen zich niet af achter een scherm. Ze gebeuren op het water, met de wind in de zeilen. In de natuur, waar stilte en tijd nog bestaan. Of gewoon thuis, met een goed glas wijn en een pan eten op tafel.
Het lijkt misschien een contrast — de ingenieur die pleit voor menselijkheid — maar voor mij is het juist een logische stap. Technologie is nooit een doel op zich geweest, maar een verlengstuk van onze menselijke vermogens. Ze moet ons dienen, niet vervangen. Wat ik in de wereld van stikstof en klimaat heb gezien, is hoe snel we de neiging hebben om problemen te reduceren tot cijfers, kaarten en modellen. We maken de werkelijkheid hanteerbaar door haar te abstraheren, maar in dat proces verdwijnt iets van de ziel. We vergeten dat achter elk datapunt een mens, een dier, een landschap schuilgaat.
Project Humainity is mijn poging om de balans te herstellen. Om te onderzoeken hoe we technologie kunnen gebruiken zonder onze menselijkheid te verliezen. Hoe we kunnen blijven innoveren, maar ook kunnen blijven voelen. Het gaat over empathie, over verhalen, over de echte wereld van atomen en moleculen — een wereld die ruikt, klinkt en leeft. Een wereld waarin fouten, twijfel en intuïtie niet worden weggeprogrammeerd, maar gekoesterd.
Ik heb de afgelopen jaren veel geschreven en gepubliceerd — op food4innovations.blog, theheathmedia.net en verschillende themasites die allemaal op hun manier iets vertellen over mijn interesse in innovatie, wetenschap en maatschappij. Maar dit project voelt anders. Het is persoonlijker, misschien ook kwetsbaarder. Want het raakt aan de vraag wie we zijn als mensen, nu we geconfronteerd worden met machines die ons ogenschijnlijk evenaren.
Ik zie AI niet als een bedreiging, maar als een spiegel. Ze toont ons waar we zelf tekortschieten: in aandacht, in empathie, in het vermogen om werkelijk te luisteren. Een taalmodel kan razendsnel tekst genereren, maar het weet niet wat het betekent om geraakt te worden door een zin. Een algoritme kan gedrag voorspellen, maar niet begrijpen waarom een mens kiest voor schoonheid boven efficiëntie, of voor vriendschap boven winst.
We staan op een kruispunt. We kunnen de komende decennia doorbrengen in een steeds verder gevirtualiseerde werkelijkheid, waarin we onze tijd, gedachten en emoties toevertrouwen aan schermen en systemen. Of we kunnen opnieuw ontdekken wat het betekent om fysiek aanwezig te zijn. Om in de zon te zitten zonder notificaties, om een gesprek te voeren zonder transcriptie, om een wandeling te maken zonder dat een smartwatch het tempo bijhoudt.
Ik kies voor dat laatste. Niet als techniekscepticus — integendeel, ik geloof in vooruitgang — maar als realist. We leven in de wereld van atomen en moleculen, niet in de wereld van bits en bytes. Uiteindelijk moeten we eten, slapen, ademen en bewegen. Onze lichamen en zintuigen zijn geen achterhaalde hardware, maar de essentie van wie we zijn.
In die zin is project Humainity geen afwijzing van AI, maar een uitnodiging tot herwaardering. Een uitnodiging om na te denken over wat we met al die rekenkracht willen bereiken. Willen we systemen die onze teksten afmaken, of samenlevingen die betekenisvoller worden? Willen we chatbots die empathie imiteren, of mensen die empathie oefenen? Willen we modellen die voorspellen hoe we handelen, of een cultuur waarin we vrij kunnen handelen, ondanks die voorspellingen?
Mijn hoop is dat dit project een plek wordt waar technologie en menselijkheid elkaar ontmoeten zonder elkaar te overschreeuwen. Waar we de mogelijkheden van AI erkennen, maar ook de grenzen ervan benoemen. Waar verhalen, kunst, wetenschap en filosofie elkaar raken. Waar we opnieuw leren dat de echte vooruitgang misschien niet ligt in snellere chips, maar in trager denken. In aandacht. In het besef dat de toekomst niet door machines wordt gebouwd, maar door mensen die durven te dromen, te falen en te leren.
Misschien klinkt dat ouderwets. Maar als ik iets heb geleerd van mijn werk, van mijn zeiltochten, van uren lezen en leren, dan is het dit: vooruitgang zonder menselijkheid is geen vooruitgang. De zon op je kop, een bries door het zeil, een gesprek dat blijft hangen — dat is leven. En precies dat wil ik met project Humainity vieren.

Leave a comment