De AI-zeepbel: waarom de grootste gok van Silicon Valley steeds gevaarlijker wordt

Lees ook: De AI-Fantasiebubbel: Waarom Econoom Andy Xie Waarschuwt voor een Crash Groter dan de Dot-Com Hype in 2000. Waarom de EU kan beter naar China dan naar de VS kijken (VPRO-Tegenlicht).

Silicon Valley heeft een weddenschap afgesloten die zijn weerga niet kent. Met investeringen die richting de duizend miljard dollar gaan, zet de techsector in op het idee dat generatieve kunstmatige intelligentie niet alleen de wereldeconomie zal transformeren, maar mogelijk zelfs de weg vrijmaakt voor artificial general intelligence (AGI): systemen die de mens in vrijwel alle cognitieve domeinen overtreffen. Het probleem is niet dat deze ambitie groot is, maar dat steeds meer signalen erop wijzen dat de verwachtingen structureel hoger liggen dan wat de huidige technologie kan waarmaken. Daarmee dreigt een AI-zeepbel waarvan de maatschappelijke kosten niet alleen door investeerders, maar door de samenleving als geheel zullen worden gedragen.

Een bekende cyclus, maar een ongekende schaal

De geschiedenis van kunstmatige intelligentie kent meerdere pieken en dalen. In de jaren zeventig en tachtig leidde overdreven optimisme al eerder tot zogeheten “AI-winters”, perioden waarin investeringen opdroogden en verwachtingen instortten. Toch verschilt de huidige situatie fundamenteel van die eerdere cycli. Nog nooit eerder was AI zo diep verweven met financiële markten, energie-infrastructuur en geopolitiek.

Sinds de lancering van ChatGPT in november 2022 zijn bedrijfs- en beleggersverwachtingen geëxplodeerd. Techbedrijven spenderen inmiddels jaarlijks tussen de 72 en 125 miljard dollar per bedrijf aan AI-chips en datacenters. Deze faciliteiten verbruiken soms evenveel elektriciteit als complete steden. Tegelijkertijd blijven private investeerders kapitaal richting AI kanaliseren, vaak ten koste van andere sectoren van de economie.

Arbeidseconoom Ron Hetrick verwoordt het scherp: “We hebben alles uitgehongerd om één mond te voeden.” Drie jaar lang zijn investeringen in tal van industrieën uitgesteld of geschrapt om een AI-apparaat te blijven voeden dat al overvol zit.

AI als economische kruk

De enorme AI-uitgaven hebben niet alleen de techsector, maar ook de bredere Amerikaanse economie overeind gehouden. Terwijl inflatie, oplopende werkloosheid en politieke verlamming druk zetten op groei, fungeert AI-investering als een kunstmatige stimulans. Deutsche Bank waarschuwde recent dat de VS mogelijk al in een recessie zou verkeren zonder deze uitgaven.

Dat maakt de situatie kwetsbaar. De AI-boom kan niet eindeloos doorgaan. Wanneer de geldstroom opdroogt, dreigt niet alleen een correctie in tech-aandelen, maar een bredere financiële schok, vergelijkbaar met – of zelfs groter dan – de dotcomcrisis van 2000. De blijvende erfenis zou kunnen bestaan uit gestrande datacenters, verouderde chips en energie-infrastructuur waarvoor niemand nog voldoende vraag heeft.

Waarschuwingssignalen stapelen zich op

De schaal van de investeringen staat in schril contrast met de opbrengsten. Volgens Bain & Company zou de huidige groei in AI-rekenkracht jaarlijks een bouw van circa 500 miljard dollar aan datacenters vereisen. Om dat te financieren, zou de sector gezamenlijk zo’n 2 biljoen dollar aan jaarlijkse inkomsten moeten genereren. De verwachte kloof: ongeveer 800 miljard dollar.

Dat is geen toeval. Uit cijfers van het Amerikaanse Census Bureau blijkt dat de adoptie van AI bij grote bedrijven inmiddels afvlakt of zelfs afneemt. De beloofde productiviteitswinst blijft uit. Atlassian rapporteerde dat 96 procent van de bedrijven geen significante productiviteitsverbetering zag. MIT-onderzoek laat zelfs zien dat 95 procent van de AI-pilotprojecten geen enkel rendement oplevert.

Ook macro-economisch blijven de effecten beperkt. Nobelprijswinnaar Daron Acemoglu schat dat AI de komende tien jaar slechts een bescheiden BBP-groei van 1,1 tot 1,6 procent zal opleveren. Dat staat in geen verhouding tot de verwachtingen die in beurswaarderingen zijn ingeprijsd.

De arbeidsmarkt: meer belofte dan realiteit

Ook de angst dat AI op korte termijn massaal banen zal vervangen, blijkt vooralsnog ongegrond. Volgens het Yale Budget Lab heeft de arbeidsmarkt sinds de introductie van ChatGPT geen meetbare ontwrichting doorgemaakt. Ironisch genoeg zijn het juist de grote techbedrijven – die miljarden investeren in AI – die tienduizenden werknemers ontslaan. Niet omdat AI hun werk al overneemt, maar omdat kostenbesparing nodig is om de AI-uitgaven te kunnen dragen.

Creatieve financiering als alarmsignaal

Een klassiek kenmerk van financiële bubbels is dat bedrijven hun normale financiële discipline loslaten. Dat patroon is ook hier zichtbaar. Grote techbedrijven besteden inmiddels tot 60 procent van hun operationele kasstroom aan kapitaaluitgaven voor AI-infrastructuur.

Om dit vol te houden, grijpen ze steeds vaker naar “creatieve financiering”. Andrew Odlyzko, expert in financiële manieën, spreekt van circulaire constructies die niemand volledig overziet totdat het misgaat. Meta haalde recent 30 miljard dollar op via obligaties en nog eens 30 miljard via constructies die buiten de balans blijven. Tegelijkertijd investeren chipfabrikanten in AI-bedrijven die vervolgens weer hun chips afnemen – een financieel kluwen dat door analisten wordt omschreven als “een bord spaghetti”.

Niet alleen critici, maar ook instellingen als het IMF en de Bank of England waarschuwen inmiddels openlijk voor een AI-zeepbel. Zelfs uitgesproken tech-optimisten als Jeff Bezos, Jamie Dimon en Sam Altman erkennen dat sprake is van oververhitting.

Als de bubbel barst

Een correctie zou brede gevolgen hebben. Ongeveer 62 procent van de Amerikanen bezit aandelen; ook middeninkomens zijn via pensioen- en beleggingsrekeningen blootgesteld. De concentratie is extreem: de twintig grootste bedrijven vertegenwoordigen meer dan de helft van de totale marktwaarde van de S&P 500, met een sterke dominantie van AI-gerelateerde ondernemingen.

Volgens voormalig IMF-hoofdeconoom Gita Gopinath zou een crash ter grootte van de dotcomcorrectie meer dan 20 biljoen dollar aan Amerikaans vermogen en 15 biljoen dollar aan buitenlands vermogen kunnen wegvagen. Het IMF waarschuwt dat tegenvallende AI-opbrengsten een abrupte herwaardering van tech-aandelen kunnen veroorzaken, met risico’s voor de mondiale financiële stabiliteit.

In zo’n scenario zou de Amerikaanse overheid waarschijnlijk opnieuw een beroep doen op de Federal Reserve om de economie te stabiliseren. Dat betekent meer schuld, grotere ongelijkheid en verdere politieke polarisatie: winsten worden geprivatiseerd, verliezen gesocialiseerd.

China: minder kwetsbaar

Niet elk land is even kwetsbaar. China lijkt structureel minder blootgesteld aan een AI-crash. Volgens econoom Lizzi C. Lee richt China zich minder op speculatieve frontier-modellen en meer op integratie van AI in de reële economie: productie, logistiek, publieke diensten. Waar Silicon Valley inzet op “AI om AI”, ziet China AI vooral als een vorm van industriële elektrificatie.

Die pragmatische benadering maakt de Chinese economie minder afhankelijk van opgeblazen waarderingen en meer van meetbare productiviteitswinst.

De schaduwzijde: gestrande infrastructuur

Bij eerdere technologische bubbels bleef vaak bruikbare infrastructuur achter. Na de dotcomcrisis konden nieuwe spelers goedkoop glasvezelnetwerken overnemen. Bij AI is dat minder vanzelfsprekend. AI-chips verouderen snel en slijten fysiek door zware workloads. Binnen enkele jaren verliezen ze hun economische waarde.

Ook de energie-infrastructuur vormt een risico. De explosieve groei van datacenters dwingt nutsbedrijven tot investeringen van naar schatting 1,4 biljoen dollar in netten, centrales en leidingen. Die kosten worden via hogere tarieven afgewenteld op huishoudens en mkb. In sommige regio’s stegen groothandelsprijzen voor elektriciteit al met honderden procenten.

Als de AI-vraag instort, blijven consumenten mogelijk zitten met infrastructuur die grotendeels overbodig is.

Energie en klimaat onder druk

Datacenters zijn inmiddels de snelst groeiende bron van elektriciteitsvraag in de VS. Nieuwe hyperscale-locaties verbruiken evenveel stroom als miljoenen huishoudens. Ondanks investeringen in kernenergie en hernieuwbare bronnen zal naar verwachting nog altijd ongeveer de helft van de extra vraag worden ingevuld met aardgas.

Dat staat haaks op mondiale klimaatdoelen. Toch installeren sommige AI-bedrijven zelfs eigen gasturbines om stroomzekerheid te garanderen. Dit alles gebeurt terwijl VN-rapporten waarschuwen dat de wereld al ver achterloopt op het beperken van klimaatrisico’s.

Een onhoudbare situatie

Net als eerdere financiële bubbels kan een abrupte correctie enorme schade aanrichten. Maar het alternatief – het eindeloos opblazen van een financieel, energetisch en ecologisch onhoudbare AI-zeepbel – is minstens zo problematisch. De baten concentreren zich bij een kleine groep extreem kapitaalkrachtige bedrijven en investeerders, terwijl de kosten breed worden gesocialiseerd.

Zoals Ron Hetrick het samenvat: “Voor de samenleving zou het beter zijn als dit sneller eindigt. Met hetzelfde geld hadden we in tientallen sectoren echte innovatie kunnen aanjagen. In plaats daarvan verbranden we kapitaal.”

De kernvraag is daarmee niet of AI waarde heeft – die heeft het onmiskenbaar – maar of de huidige vorm, schaal en financiële logica houdbaar zijn. De geschiedenis suggereert dat markten vroeg of laat terugkeren naar de realiteit. Hoe langer dat duurt, hoe groter de schade wanneer het gebeurt.

Leave a comment